Obstipatie en vezels: waarom “de beste vezel” niet bestaat
(en wat dat betekent voor de praktijk)
Obstipatie is één van de meest voorkomende klachten in de diëtistenpraktijk.
En tegelijk een onderwerp waarbij adviezen vaak te simplistisch worden geformuleerd.
“Meer vezels eten” klinkt logisch.
Maar wie met cliënten met obstipatie werkt, weet: zo werkt het niet altijd.
Niet alle vezels doen hetzelfde
Vezels verschillen sterk in:
- oplosbaarheid
- viscositeit (gelvorming)
- fermenteerbaarheid
- snelheid en plaats van fermentatie
- tolerantie bij gevoelige darmen
Dat betekent dat twee cliënten met obstipatie heel verschillend kunnen reageren op ogenschijnlijk hetzelfde advies. Meer vezels is dus niet automatisch beter. En méér van één type vezel al helemaal niet.
Intrinsieke vezels
De laatste jaren is er meer aandacht voor intrinsieke vezels: vezels die nog in hun oorspronkelijke plantmatrix zitten, zoals in groente, fruit, noten en zaden.
Dat is een logisch en interessant concept:
- vaak langzamere fermentatie
- mogelijk effect in zowel proximale als het distale colon
- doorgaans onderdeel van een volwaardig voedingspatroon
Maar belangrijk om scherp te blijven:
dit betekent niet dat intrinsieke vezels per definitie effectiever zijn bij obstipatie dan andere vezelbronnen.
Het huidige bewijs laat vooral zien dat ze kunnen bijdragen aan:
- verhoging van de totale vezelinname
- meer variatie in vezeltypes
- mogelijk verhoging stoelgangfrequentie
- mogelijk verbetering stoelgangconsistentie
- mogelijk gunstige microbioomveranderingen
Dat betekent niet perse dat ze “het meest effectief” zijn bij obstipatie.
Voorbeeld: Wholefiber korrels bij inname 30 g per dag geeft gemiddeld 1 extra stoelgang per 2 weken (oftewel 0,5 stoelgang extra per week).
Bewerkt versus onbewerkt: geen zwart-witverhaal
In discussies over vezels wordt soms een tegenstelling gecreëerd tussen:
- intrinsieke, onbewerkte vezels
- versus geïsoleerde of ‘bewerkte’ vezelsupplementen
In de praktijk ligt dit genuanceerder.
Vezelsupplementen zoals psyllium of PHGG zijn geïsoleerd, maar hebben:
- een duidelijk fysiologisch werkingsmechanisme
- relatief goede klinische onderbouwing
- voorspelbare effecten op stoelgang
Dat maakt ze juist vaak waardevol bij:
- chronische obstipatie
- PDS-C
- cliënten met beperkte voedingsruimte of lage tolerantie
“Bewerkt” betekent niet automatisch “minderwaardig”.
Wat vaak ontbreekt: voeding met bewezen effect
Opvallend is dat in veel theoretische overzichten specifieke voedingsmiddelen met klinische onderbouwing nauwelijks aandacht krijgen.
Terwijl we juist daar wél RCT’s hebben, bijvoorbeeld voor:
- 🥝 kiwi’s – verbetering van frequentie én consistentie
- 🍑 pruimen – osmotisch effect, vezels én polyfenolen
Deze voedingsmiddelen werken niet alleen via vezels, maar via een combinatie van:
- waterbinding
- osmotische werking
- bioactieve stoffen
Voor sommige cliënten zijn ze effectiever én beter verdraagbaar dan extra granen of losse vezels.
Psyllium verdient meer nuance
Wat we weten over psyllium:
- psyllium is sterk gelvormend
- fermenteert nauwelijks → relatief weinig gasvorming
- verbetert stoelgangfrequentie en -consistentie
- werkt vooral via waterbinding in het colon
- sterk effect bij obstipatie
Het effect op het microbioom is beperkt, maar dat is bij obstipatie met buikpijn of gasvorming juist vaak een voordeel. Niet elke interventie hoeft primair op het microbioom te werken om klinisch zinvol te zijn.
Psylliumvezels zijn goed onderbouwde, goed verdraagbare vezeloptie bij obstipatie. In een meta-analyse werden alle vezels bij elkaar bekeken, en een dosering van > 10 g/dag gaf gemiddeld een toename van ~1,6 extra stoelgangen per week vergeleken met controle. In subanalyse specifiek voor psyllium zag men in sommige onderzoeken zelfs een toename van ~3 extra stoelgangen per week.
En PHGG?
Ook PHGG (gedeeltelijk gehydrolyseerd guargom) laat in humane studies effecten zien op stoelgang en tolerantie.
- Verhoogt aantal spontane stoelgangen
- Verbetert Bristol-score (richting type 3–4)
- Vermindert persen
- fermenteert langzaam en geleidelijk → laag-matige gasproductie en betere tolerantie bij gevoelige darmen
- verkort colondoorlooptijd vooral bij mensen met trage transit
- goed effect bij obstipatie
In de nieuwste Dieetrichtlijnen bij obstipatie (UK/BDA, 2025) wordt PHGG expliciet genoemd als mogelijke effectieve vezel bij obstipatie. PHGG is géén wondermiddel, maar wel een goed onderbouwde, goed verdraagbare vezeloptie bij obstipatie.
De kern: obstipatie vraagt om maatwerk
Wat deze discussie vooral duidelijk maakt:
er bestaat geen “beste vezel”.
Obstipatie is geen eenduidige diagnose. Het vraagt om:
- onderscheid tussen obstipatie en PDS-C
- aandacht voor tolerantie
- variatie in vezeltypes
- voeding en supplementen
- leefstijl, toiletgedrag en soms medicatie
Vezels werken niet in isolatie, maar binnen een totaalplaatje. En precies daar ligt de kracht van diëtistische begeleiding: niet meegaan in hypes of absolute claims, maar onderbouwen wat voor deze cliënt, op dit moment werkt.
bronnen o.a:
Polymeros et al., 2014. Reider et al., 2020 (PAGODA trial). van der Schoot et al., 2022 (AJCN), Maarse et al., 2024. Dimidi et al, 2019. BDA, 2025. McRorie, 2017. Wang et al, 2025. El-Salhy, 2017. Chang et al, 2023.
Meer verdieping?
In mijn webinar Holy Fiber duik ik dieper in:
- vezeltypes en hun fysiologische werking
- waarom “meer vezels” soms averechts werkt
- het verschil tussen obstipatie en PDS-C
- hoe je voeding, supplementen en leefstijl combineert
- en hoe je dit praktisch toepast in de spreekkamer
Wil je op de hoogte blijven van de volgende editie van Holy Fiber of je alvast aanmelden?
Laat je gegevens achter via de reacties of stuur me een bericht met Holy Fiber.






No comments yet.